Cultuur- en Congrescentrum Het Pand

Het Pand is het culturele paradepaardje en uitstalraam van de universiteit. Voor wie het gerestaureerde dominicanenklooster in het hart van de kuip van Gent bekijkt, lijkt de bestemming als verheven cultureel en congrescentrum voor de hand te liggen. Nochtans had de universiteit er bij de aankoop in 1963 andere plannen mee. Ten tijde van de massificatie van het academisch onderwijs plande de universiteit er een nieuw studententehuis, maar daar stak de dienst Stedenbouw een stokje voor. Het Pand moest volledig worden gerestaureerd. Tussen 1971 en 1991 onderging niet alleen Het Pand maar ook de universiteit een metamorfose die de bestemming van het complex als cultuur- en congrescentrum bestendigde.

De universiteit koopt het Vlooienpaleis

Op 23 januari 1963 koopt de universiteit Het Pand voor achttien miljoen frank. De familie Van Mol is blij van het krot af te zijn. Gedurende anderhalve eeuw was het geëxploiteerd als armtierige huurkazerne waar mensen en goederen elkaar verdrongen. Sinds het complex onbewoonbaar was verklaard in 1956 en de stad had verboden om het geklasseerde monument te vervangen door moderne appartementen, was de eigenaar niet meer geïnteresseerd. Rector Bouckaert ziet wel potentieel in Het Pand. De universiteit heeft op dat moment te kampen met een spectaculaire stijging van de studentenpopulatie en er zijn lang niet genoeg kamers in de stad om die nieuwe studenten allemaal te huisvesten. Het Pand, op een boogscheut van de campus in de Universiteitsstraat, kan volgens de rector perfect worden verbouwd tot studententehuis met een aantal culturele ruimtes. Het ontwerp voorziet een combinatie van de oude geklasseerde ruimtes met moderne aanbouwen en inrichting.

Een nieuwe bestemming

Maar de dienst Stedenbouw deelt het enthousiasme van de universiteit niet. Het moderne concept past volgens de stad niet in de historische omgeving. De universiteit zal haar homes elders moeten bouwen en het culturele luik van het plan gaat bij gebrek aan middelen voor een aantal jaar de kast in. De restauratie blijft voorlopig beperkt tot het dichten van de gaten in het dak, het afbreken van de negentiende-eeuwse krotten in de tuinen en het ruimen van de tonnen afval die arbeiders, kunstenaars, studenten en clochards er hebben achtergelaten. Zeven jaar na de aankoop stelt de universiteit haar nieuwe bestemmingsplan voor. Het Pand zal worden uitgebouwd tot cultureel centrum voor de universiteit én de stad. Het ministerie van Openbare Werken staat in voor de kosten en de Regie der Gebouwen zal de werken opvolgen.

Restauratie

Bij een grondig bouwkundig onderzoek blijkt dat honderdvijftig jaar huisjesmelkerij Het Pand merkwaardig genoeg beschermd heeft tegen onherroepelijke bouwingrepen. De restauratie in vier fazen start in 1971 en is een collectieve arbeid van archeologen, architecten en kunsthistorici. Hun uitgangspunt is het maximale behoud van de waardevolle en originele gedeelten maar ook het aanvaarden van eigentijdse oplossingen voor architecturale en infrastructurele problemen. Voor de restauratiewerken is tien jaar uitgetrokken maar ze zullen uiteindelijk dubbel zo lang duren. Alleen al het herstel van de Leievleugel, het eigenlijke hart van het klooster met de monumentale refter, mooie kapittelzaal en aparte kloostercellen, neemt tien jaar in beslag. Pas in de lente van 1991 is Het Pand in haar architecturale glorie hersteld.

Ontmoetingsruimtes

Het Pand is sindsdien de voornaamste communicatieruimte van de universiteit geworden. De receptieruimtes, congreszalen en wandelgangen van het gebouw kunnen gehuurd worden door externe organisatoren maar worden even vaak gebruikt door de universiteit voor interne aangelegenheden als doctoraatsverdedigingen, huldigingen en onthaaldagen. Het is de thuishaven van de dienst communicatie, de alumnivereniging, de ‘Faculty Club’ – een afgeschermde ontmoetingsruimte voor de gepromoveerde leden van het academische personeel – en restaurant ‘Club Het Pand’ waar werknemers van de universiteit tegen voordeeltarief eten. Daarnaast is Het Pand als congrescentrum een gedroomde ontvangstruimte voor binnenlandse en buitenlandse bezoekers. Die worden niet alleen geïmponeerd door het machtige gebouw en het gerestaureerde interieur, maar ook door verscheidene academische collecties: sinds 1992 huist Het Pand het Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde en sinds 2002 staat er een deel van de archeologische en etnografische collectie van de universiteit tentoon.

Representatieve ruimte

De behoefte aan een plek voor interne en externe ontmoetingen hangt nauw samen met de democratisering en internationalisering van de naoorlogse universiteiten. De Gentse universiteit richt haar eigen dienst public relations op in het incidentrijke jaar 1968. De universiteit beseft dan naar eigen zeggen ‘dat ze zich niet langer een ‘isolement’ kan veroorloven en dat de bindingen met de maatschappij sterker dienen te worden’. Net als in een groot bedrijf is er bovendien nood aan begeleiding van nieuwe werknemers, interne communicatie, voorlichting en openheid. Het Pand schuift zichzelf naar voren als de ideale locatie voor deze nieuwe behoefte en hoewel het dus oorspronkelijk was voorbestemd als studentenhuis, is het vandaag een van de belangrijkste representatieve ruimtes van de universiteit in de stad. Niet zo administratief als het rectoraat maar ook niet zo statig als de Aula, heeft het er de perfecte uitstraling voor.

[Fien Danniau]

 

Literatuur

  • ‘Dossier Het Pand’, in: Universiteit Gent, 1, 1986(2), pp. 12-19.

  • Johan Bockstaele, 'De restauratie', in: Guido Jan Bral e.a., Het pand : Gent : acht eeuwen geschiedenis van het oud-dominicanenklooster te Gent, Tielt, 1991, 117-138.

  • Jan Caudron, 'Het Pand sinds de Franse Revolutie', in: Guido Jan Bral e.a., Het pand : Gent : acht eeuwen geschiedenis van het oud-dominicanenklooster te Gent, Tielt, 1991, pp. 97-116.

  • Karel De Clerck, ‘Universiteit en public relations’, in: De Brug, 12, 1968(2), pp. 71-80.

  • F. De Smidt, ‘Het Pand wordt studentenhome’, in: De Brug, 7, 1963(4), pp. 241-246.

  • Frank Goetmaeckers, ‘Mummies en iMacs’, in: Universiteit Gent, 17, 2002(1), p. 23.

Deel deze pagina: