Campo Santo

Op 8 december 1847 wordt Sint-Amandsberg een zelfstandige parochie en wordt de nieuw gebouwde Sint-Amanduskerk, naar ontwerp van Matthias Wolters, en de bijhorende begraafplaats op de heuvel, plechtig gewijd. Het grondgebied van Sint-Amandsberg is op dat moment een deel van de gemeente Oostakker en wordt in 1872 een zelfstandige gemeente om in 1977 bij de fusie te worden opgenomen in Gent. Het praalgraf van Jan Frans Willems, de vader van de Vlaamse Beweging, wordt onder massale belangstelling op 26 juni 1848 ingehuldigd. Jules de Saint-Genois spreekt als ooggetuige van een menigte van minstens 15.000 mensen. Enkele dagen voordien zijn zijn stoffelijke resten, die twee jaar eerder op het kerkhof aan de Wasstraat een rustplaats vonden, opgegraven. Hendrik Conscience die één van de sprekers bij de plechtigheid is, zegt: "En wij, wij zullen onze zonen in bedevaert naer hier geleiden, naar het Campo Santo waer de vlaamsche helden rusten, om God te danken voor de hier behaelde overwinning". Het is voor het eerst, maar niet voor het laatst, dat de naam 'Campo Santo' wordt gebruikt.

Begraven in Gent in de 19de eeuw

De stedelijke begraafplaatsen worden vanaf 1784 aangelegd buiten de stadspoorten. We leven onder Oostenrijks bewind en keizer Jozef II verbiedt bij decreet om nog langer te begraven in kerken en kapellen en vanaf 1 november 1784 mogen zelfs geen teraardebestellingen meer plaats vinden binnen de steden. Dit heeft in Gent tot gevolg dat een aantal nieuwe kerkhoven worden aangelegd. Buiten de Dampoort (t.h.v. de huidige Wasstraat) wordt een begraafplaats geopend voor de parochies Sint-Baafs, Sint-Jacobs en Heilig Kerst. Het wordt al snel het 'jodenkerkhof' genoemd omdat er sinds 1886 ook joden begraven worden. De parochianen van Sint-Niklaas, Sint-Michiels en Sint-Martinus krijgen een kerkhof buiten de Brugse poort (t.h.v. de huidige Gebroeders De Smetstraat), waar doorgaans ook protestanten een laatste rustplaats krijgen en tenslotte een wordt een begraafplaats ter vervanging van het oude Sint-Pieterskerkhof aangelegd buiten de Heuvelpoort. Dit is de huidige Zuiderbegraafplaats, één van de weinige begraafplaatsen uit die periode die nog bestaan.

Een ander decreet dat in 1804 wordt uitgevaardigd door Napoleon, heeft een groot impact op enerzijds de verhouding tussen kerk en stad, en anderzijds op hun financiën. Het geeft de gemeente het gezag over de begraafplaats, ten nadele dus van de clerus. In de praktijk is het vaak de plaatselijke pastoor die het beheer doet. Wat vooral bepalend is voor het uitzicht van onze huidige begraafplaatsen is de invoering van het begrip grafconcessie. De aankoop van een concessie biedt particulieren de mogelijkheid om op de begraafplaats langdurig een perceel grond te verwerven en er een blijvend monument op te richten. We komen er hieronder op terug.

Tijdens het liberale Gentse stadsbestuur (1857-1881) met burgemeester Charles de Kerchove de Dentergem, wordt het octrooirecht afgeschaft, een bemeentelijke belasting op de import en export van goederen, en verdwijnen figuurlijk, maar ook letterlijk de stadsgrenzen. Vooral in de tweede helft van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw kent Gent, tengevolge van de industialisering een sterke bevolkingsaangroei: van 106.704 inwoners in 1850 tot 166.445 inwoners in 1910. In Sint-Amandsberg, dat vergroeid is met Gent wonen in 1910 reeds 42.453 mensen. Hoe meer inwoners, hoe meer ruimte er moet voorzien worden op de kerkhoven. De Gentse gemeenteraad beslist op voorstel van de burgemeester om een nieuwe begraafplaats aan te leggen aan de Palinghuizen. Stadsarchitect Adolphe Pauli wordt aangesteld en de eerste steen wordt gelegd in 1862. Comform de Belgische grondwet die godsdienstvrijheid garandeert, mag geen onderscheid gemaakt mag worden tussen religies, wat wordt toegepast bij de aanleg van de Westerbegraafplaats. Er zijn geen afgesloten gedeelten voor diverse religies of niet-gelovigen en er 'zouden' vanaf de opening in 1873 alle gezindheden zij aan zij begraven liggen. Maar dit is zonder de katholieken gerekend. De Gentse bisschop Henri Bracq verbiedt, onder grote druk van de ultramontanen, aan de katholieken om zich te laten begraven op dit 'Geuzenkerkhof'. Het verbod houdt stand tot 1919. De Gentse hoogleraren die niet katholiek zijn, vindt men dan ook op de Westerbegraafplaats. Katholieke Gentenaars laten zich begraven in Mariakerke, Gentbrugge of Sint-Amandsberg. De geheel gewijde en uitgebreide begraafplaats van Mariakerke wordt op 14 oktober 1873 geopend met steun van het 'Comité Central pour la défense des cimetières catholiques' en in 1876 is de zogenaamde 'bisschoppengalerij' naar ontwerp van jean Bethune klaar. Bracq wordt in 1888 bijgezet in die galerij. 

De controverse tussen de 'heidense' Westerbegraafplaats en het 'katholieke' Campo Santo krijgt zelfs weerklank in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, na twee incidenten bij begrafenissen op het Campo Santo van vrijzinnigen. Tijdens de plechtigheid komt de katholieke burgemeester van Sint-Amandsberg, Alfons Braeckman tussen en verbiedt om vrijzinnige lijkredes te houden. In de Kamer betoogt katholiek boegbeeld Charles Woeste dat een burgerlijke begrafenis op het kerkhof van Sint-Amandsberg niet gewenst is: "Les libres-penseurs ont pour eux tous les cimetières de la ville de Gand; qu'ils laissent au moins aux catholiques les cimetières de communes rurales."

Een strijd om de centen

De eerste tien jaar na de uitbreiding in Mariakerke wordt het merendeel van de katholieke Gentenaars daar begraven. Sint-Amandsberg wordt iets later populair bij de Gentenaars. Het Campo Santo ligt tot 1872 op het grondgebied van de gemeente Oostakker tot 1872; nadien wordt het Sint-Amandsberg. Het Campo Santo is dus ook gemeentelijke materie, hoewel de grens tussen kerk en gemeente hier iets vager is. Een begraafplaats uitbaten blijkt een lucratieve bezigheid, en terwijl 'BV's' zoals we ze nu noemen, doorgaans met een katholieke en vaak vlaamsgezinde achtergrond, op het Campo Santo ter aarde besteld worden, woedt de strijd tussen clerus en gemeentebestuur over de opbrengt van de concessies. Dit alles mag ons niet doen vergeten dat het merendeel van de begrafenissen, mensen uit de onderkant van de samenleving zijn, die in het midden van de 19de eeuw zwaar getroffen worden door armoede, honger en ziekte. Tussen 1847 en 1858 worden er niet minder dan 452 kinderen jonger dan 10 jaar begraven. De eerste serieuze botsing tussen het in 1857 aangestelde liberale gemeentebestuur van Oostakker en de kerkfabriek van Sint-Amandsberg is als in de gemeenteraadszitting van 11 maart 1858 de burgermeester voorstelt een proces in te spannen tegen de parochie Sint-Amandsberg. Na een bewogen beraad wordt beslist om eerst in der minne te schikken. Dit loopt op niets uit en de zaak wordt het jaar nadien aanhangig gemaakt in eerste aanleg. De raadskamer bevestigt het recht van de gemeente om om grafkelders te bouwen en gronden te verkopen stelt een nieuwe minnelijke schikking voor, die door beide partijen aanvaard wordt. Daarop maakt gemeente een gedetailleerd reglement op m.b.t. de grondconcessies met bijhorende tarieven en beslist om het kerkhof in vier delen op te splitsen: voor katholieken, protestanten, joden en niet- of andersgelovigen. Dit valt blijkbaar niet goed bij de kiezers. Bij de verkiezingen van 1860 wordt het liberale bestuur afgestemd, waarop de liberale Bestendige Deputatie van de Provincie de verkiezingen afkeurt. Als die overgedaan worden, is de katholieke meerderheid nog groter. De katholieken willen weerwraak en het dispuut wordt uiteindelijk op 17 maart 1862 door de rechtbank van eerste aanleg te Gent beslecht met een vonnis. De netto-opbrengst van de begraafplaats gaat voor 1/3 naar de gemeente, 1/3 naar het armenbestuur (huidig OCMW) en 1/3 naar de kerkfabriek. In 1864 draait het katholieke gemeentebestuur de klok nog een beetje terug door te verordenen dat enkel rooms-katholieken een 'grafkelder' mogen kopen.

1872: bij Sint-Amandsberg

Bij het zelfstandig worden van de gemeente Sint-Amandsberg is het Campo Santo alweer een twistappel. Het grote probleem is dat Oostakker in één klap een heel stuk armer is geworden. Het is een groot deel van zijn grondgebied kwijt en verliest een heel pak inkomsten van het kerkhof. Ook hier stroomt er bijzonder veel water naar de zee alvorens er duidelijkheid is. Die komt er uiteindelijk met een KB uit 1875 waarin bepaald is dat Sint-Amandsberg het beheer heeft over de begraafplaats.

Op 16 november 1876 beslist de gemeenteraad om het kerkhof gevoelig uit te breiden. De gemeentesecretis notuleert in zijn zittingsverslag dat het kerkhof 'de bronader van rijkdom der gemeente zou worden". In 1878 zijn reeds 469 grafkelders in gebruik genomen of vergund. De uitbreidingen worden allemaal geraliseerd vóór de Eerste Wereldoorlog. Hoewel in 1918 en 1939 nog een heel pak gronden worden aangekocht voor het Campo Santo, ontbreken de financiële middelen om die te ontwikkelen. Het plan dat architect Jan Rooms begin 1919 voorlegt voorziet niet enkel in een vergroting van het kerkhof maar ook in een nieuwe straat met bijhorende verkaveling en een compleet nieuwe kerk. Het plan geraakt niet verder dan de tekentafel. Enkel de bestaande Sint-Amandskerk wordt vergroot en gerennoveerd in de jaren 1930. Vele BV's vinden een laatste rustplaats op het Campo Santo. Naast de professoren die uitgebreid worden besproken, liggen er veel politici, kunstenaars,industriëlen, ..., kortom mensen met meer maatschappelijke impact dan het gemiddelde. 

 

Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
6 september 2026

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Cotman, Frank. "Campo Santo." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 10.06.2018. www.ugentmemorie.be/plaatsen/campo-santo.

 

BIBLIOGRAFIE

Havermans, Anne-Mie, De geschiedenis van de Gentse begraafplaatsen in de 18de en 19de eeuw, 2017. https://plannen.onroerenderfgoed.be/plannen/1045/bestanden/6632

https://www.okv.be/archief/kunst-na-het-leven-grafmonumenten-van-de-midd...

Capiteyn, André en Decavele, Johan, In steen en brons van leven en dood. Inventaris van de waardevolle grafmonumenten en portretgalerij van verdienstelijke personen rustend op de begraafplaatsen van de stad Gent, Gent, 1981.

Poelman, Roger, Terugblik op Sint-Amandsberg, Gent, 1996, pp. 689-702.

Tyssens, Jeffrey et al., Van wijsheid en vreugd gepaard. Twee eeuwen vrijmetselarij in Gent en Antwerpen, Marot/Tijdsbeeld/Liberas, 2003, pp. 98-103.

Van Ginderachter, Maarten, Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis, Horizon, Antwerpen, 2025.

Devolder, Kathleen, Gij die door 't volk gekozen zijt .... De Gentse gemeenteraad en haar leden (1830-1914), in Verhandelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, XX, Gent, 1994.

De Spiegeleer, Chistoph, 'Aux mânes d'un frère chérie.' Vrijmetselarij en funeraire cultuur in Gent en Het schandaal van Sint-Amandsberg: kerkhovenstrijd rond een beeldhouwer in Schoonheid. Vrijmetselarij en kunst in Gent rond 1900 onder redactie van Vermeir, René, Gent, 2024.

Deel deze pagina: