Mareska, Daniel (1803-1858)

Daniël Mareska groeit op in een bescheiden Gents gezin en doorloopt een merkwaardig parcours aan de Universiteit Gent. Na het behalen van het diploma van doctor in de wetenschappen, behaalt hij ook het diploma van doctor in de geneeskunde. En hoewel hij in 1836 hoogleraar wordt en aan de faculteit wetenschappen chemie doceert, ligt zijn hart bij de geneeskunde. Naast zijn lesopdracht is hij hoofdgeneesheer van de Gentse gevangenis, waar hij zich inzet voor menswaardigere leefomstandigheden van de gedetineerden. Mareska wordt vooral herinnerd als pionier van de sociale geneeskunde in België. In 1843 voert hij samen met dokter Jules Heyman een diepgaand onderzoek in de Gentse fabrieken en arbeidersbeluiken om de sociale gevolgen van de industrialisering in kaart te brengen. Hun schokkend rapport brengt de extreme armoede en de onhygiënische leefomgeving officieel aan het licht. Tijdens de tyfusepidemie van 1846-1849 doet hij concrete voorstellen om de gezondheidssituatie van paupers te verbeteren. Zijn niet-aflatende strijd tegen het pauperisme toont zijn enorme maatschappelijke en sociale betrokkenheid. 

Gedetineerden

Mareskas bescheiden komaf – zijn vader is cafébaas en niet gehuwd met zijn moeder – ligt mee aan de basis van zijn bekommernis om de sociaal-hygiënische toestand van de gevangenen en van de bewoners van de Gentse arbeidersbeluiken. Het motiveert ook zijn onderzoek naar de gevolgen van de hongersnood van 1845 voor de gezondheid van de bevolking. Al in 1836 publiceert Mareska een verslag over de ‘état sanitaire’ van de geïnterneerden te Gent, en later volgt nog een rapport over die te Hemiksem.
Als hoofdgeneesheer van de Gentse centrale gevangenis moet hij sinds 1840 jaarlijks de toestand van de gedetineerden beschrijven. Steeds wijst hij op de onmenselijke omstandigheden die er heersen en dringt hij aan op verbeteringen. Wanneer ‘Arm Vlaanderen’ na 1840 getroffen wordt door besmettelijke ziekten en misoogsten is Mareska een van de eersten om de tyfus- en dysenterie-epidemie te bestuderen.

Bataviabeluik

Maar Mareska is vooral beroemd om de lijvige studie die hij samen met dokter Heyman schrijft over de gezondheidstoestand van de arbeiders in de Gentse katoenfabrieken. Wanneer begin de jaren 1840 de regering onder impuls van Leopold I een grootscheeps nationaal onderzoek beveelt om de sociale gevolgen van de industrialisering in België in kaart te brengen, worden de artsen Mareska en Heyman door de Gentse Société de Médicine met deze taak belast. Veel textielarbeiders zijn gehuisvest in de Bataviawijk, een beluik gelegen op de plaats waar nu het Plateaugebouw staat. Het werk is een onschatbare bron voor de sociale geschiedenis, rijk aan kwantitatieve gegevens en literatuurverwijzingen, helder en zakelijk en toch doordrongen van een grote menselijke betrokkenheid. Mareskas inzet om naast zijn leeropdracht en onderzoek in de scheikunde ook de sociale geneeskunde te beoefenen wordt hem fataal: hij sterft aan een hartaanval, nauwelijks 55 jaar oud. Mareska krijgt als eerbetoon een straatnaam in Sint-Amandsberg. Hij ligt er bergraven op het Campo Santo.

Jan Art
Vakgroep Geschiedenis UGent
25 april 2010

aangevuld door Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
3 september 2026

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Art, Jan. "Mareska, Daniël (1803-1858)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 3.09.2026. www.ugentmemorie.be/personen/mareska-daniel-1803-1858

Bibliografie

www.UGentMemorialis.be

Deneckere, Gita, Uit de ivoren toren. 200 jaar universiteit Gent, Tijdsbeeld Gent, 2017, pp. 150-153

Van Ginderachter, Maarten, Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis, Horizon, Antwerpen, 2025.

Deel deze pagina: