Rituelen van de universiteit

Bevestigen van de autonomie van de universiteit

De Gentse Aula Academia is niet de enige in zijn soort. Verscheidene universiteiten laten in de negentiende eeuw een pronkerig feestpaleis optrekken. De academiegebouwen moeten een impressionant en passend decor bieden voor de academische ceremonies. Tot dan vonden deze plechtigheden plaats in de beschikbare grote zalen in de stad. Naarmate de universiteiten zich in de negentiende eeuw hervormen tot autonome ‘moderne’ wetenschappelijke instellingen naar Duits model, is het beneden de geleerde waardigheid om die feestlocaties te moeten delen met andere instellingen en genootschappen. De architectuur en decoratie met bustes, portretten en fresco’s versterken het sacrale karakter van de academiepaleizen. Zo wordt een wetenschappelijk pantheon gebouwd dat de plechtigheden van de verschillende generaties gadeslaat.

Het wapen en logo van de universiteit

Een ander symbool van de autonomie van de universiteit is het wapenschild en de zegels. Het hebben ervan is in de negentiende eeuw een gegeerd privilege waarvoor de toestemming nodig is van de vorst. De universiteit ontvangt haar wapenschild bij koninklijk besluit van 23 december 1817. De officiële beschrijving luidt: 'Van lazuur, beladen met het hoofd van Minerva van goud, geaccosteerd ter regterzijde van een oranje- en ter linker van een lauriertak in hunne natuurlijke verven. Het chef van sabel met een ten halven lijve opschietende leeuw van zilver, gekroond van goud, getongd en genageld van keel (: zijnde Gent) het wapen gedekt met de Koninklijke kroon en onder het zelve de motto: inter utrumque.’ De ene helft van het wapen is de bovenkant van het Gentse wapen met de Gentse leeuw, het onderste deel verbeeldt de Romeinse godin van de wijsheid Minerva. Het schild wordt bekroond met de Nederlandse Koninklijke kroon en heeft als devies ‘INTER UTRUMQUE’, ‘tussen beide’. De leuze verwijst naar het nastreven van wijsheid door het beoefenen van wetenschap én het dienen van vorst en vaderland. Het wapen wijst op zichzelf dus wel op een bepaalde mate van autonomie maar expliciteert daarnaast relaties met de overheden. Behalve een wapen beschikt de universiteit over het ‘academische zegel’ van het College van Curatoren en het ‘grootzegel’ van de Academische Senaat. Van schild en zegels zijn in de loop van de negentiende en twintigste eeuw verschillende stempels, penningen en medailles afgeleid. Na de Belgische onafhankelijkheid verdwijnt de Nederlandse kroon. In 1988 vervangt het logo met de zuilen van de Aula het academische zegel met het Minervahoofd.

Stoeten en optochten - huldigingen

De optocht van de hoogleraren door de stad is een van de meest in het oog springende tradities van de universiteit. De volgorde en de kledij van de hoogleraren en vertegenwoordigers die in de stoet meelopen, zijn aan een strikt protocol onderworpen en kunnen variëren naargelang de gelegenheid van de optocht. Vooraan lopen twee bodes met de scepters van de universiteit, onmiddellijk gevolgd door de rector en vicerector. Dan komen de gewone hoogleraren gevolgd door de buitengewoon hoogleraren en docenten. De meest theatrale optochten zijn die ter gelegenheid van de opening van het academiejaar en van de herdenking van de Dies Natalis op de voorlaatste vrijdag van maart. Tegenwoordig legt de stoet maar een korte afstand af, maar in de negentiende eeuw ging die soms van het stadhuis tot aan de Aula, werd ze bewonderd door tientallen Gentenaars en begeleid door klokkengelui.

De uitstraling van de universiteit

De uitstraling van de universiteit is rechtstreeks verbonden met de reputatie van haar professoren. Universiteiten blikken daarom graag terug op de wetenschappelijke successen van hun hoogleraren. Een populaire vorm om dat te doen is het ‘liber memorialis’, waarin een biografie en bibliografie wordt opgenomen van alle hoogleraren van de universiteit. Deze boeken worden vaak uitgegeven ter gelegenheid van een lustrumviering, het moment bij uitstek om de verdiensten van de universiteit en haar hoogleraren te onderstrepen. Maar er bestaan nog tal van andere manieren om verdienstelijke professoren te eren: de opname van het portret of de buste in de ‘hall of fame’ in het academiegebouw, het slaan van een herdenkingspenning, het benoemen van een bijzondere leerstoel, het installeren van een speciaal fonds, het uitbrengen van een herinneringspublicatie, enzovoort. Heel wat academische plechtigheden zijn gerelateerd aan de carrière van de geleerde: de verdediging van het doctoraat, de promotie tot docent en hoogleraar en het emeritaat. Zelfs de begrafenis van de hoogleraar was ooit tot in de puntjes geregeld door het protocol. Het lichaam werd opgebaard in de Aula, de kist werd begeleid door een academische stoet waarin ook studenten meeliepen en rector en collega’s spraken lijkredes uit.

Eredoctores

De hoogste academische onderscheiding die iemand kan krijgen is het eredoctoraat. Universiteiten reiken de titel ‘doctor honoris causa’ in regel enkel uit aan externe hoogleraren of verdienstelijke personen. De titel werd ingesteld in 1869 en voor de Eerste Wereldoorlog viel de eer onder andere te beurt aan twee bibliothecarissen van de universiteitsbibliotheek. Na de Eerste Wereldoorlog reikt de universiteit de eredoctoraten uit aan politieke of militaire persoonlijkheden die zich hebben onderscheiden tijdens de oorlog, zoals Woodrow Wilson en generaal Ferdinand Foch. Tijdens het interbellum evolueert dit tot een bekroning van buitenlandse gerenommeerde hoogleraren die aan de universiteit voordrachten of lessenreeksen geven. Sinds de jaren 1960 worden de Gentse eredoctoraten twee- of driejaarlijks uitgereikt ter gelegenheid van de Dies Natalis. Behalve de wetenschappelijke eredoctoraten op voordracht van de faculteiten, reikt de universiteit ook institutionele doctoraten uit. Die eer viel onder meer te beurt aan Bob Geldof, Kofi Annan, Desmund Tuttu, Paula Dhondt, Frank Beke, Dirk Frimout, Jacques Rogge, Jan Hoet en Guy Verhofstadt. Verscheidene Gentse hoogleraren kregen op hun beurt eredoctoraten toegewezen van universiteiten over de hele wereld.

Toga’s

Hoogleraren kleden zich voor het uitreiken van de eredoctoraten en voor andere plechtigheden in een toga. Het kledingstuk is een variant op het klerikale gewaad. Dat hoogleraren maar ook rechters, advocaten en predikanten een toga dragen, komt omdat al deze beroepsgroepen zich ooit – net als monniken – bezig hielden met schrijf- en leeswerk. Het onderscheid tussen een geleerde en een geestelijke werd in de zeventiende en achttiende eeuw nauwelijks gemaakt, ook niet in kledij. Er bestaan over de hele wereld honderden varianten op de academische toga’s, franjes, eretekens en baretten. Typisch is dat elke faculteit een eigen kleur heeft voor de omzoming van de kraag. De kledij van de Belgische hoogleraren wordt in 1838 bij wet vastgelegd in het ‘Arrété royal qui détermine le costume des administrateurs-inspecteurs et des professeurs des universités de l’Etat’ en is het verplichte uniform bij onder andere de opening van het academiejaar, inaugurale lessen, afscheidscolleges, uitvaartplechtigheden en proclamaties. Tegenwoordig zijn de verschillende faculteiten vrij in de mate waarop ze vasthouden aan die traditie en het protocol. In sommige faculteiten is het bijvoorbeeld gebruikelijk om de toga te dragen bij de proclamatie van de masterstudenten of bij de doctoraatsverdediging, in andere niet. De toga wordt occasioneel ook buiten de eigen academische plechtigheden gedragen zoals bij het Te Deum van 21 juli en 15 november.

Invented traditions

Het protocol en de rituelen van de universiteit geven vaak verkeerdelijk de indruk gebaseerd te zijn op decennia oude tradities. Het is zeker niet zo dat alle academische gebruiken in een rechte lijn teruggaan tot de stichting van de universiteit in 1817. De kleuren van de Gentse toga’s zijn bijvoorbeeld pas in 1993 (her)ingevoerd en worden sinds een aantal jaar ook verwerkt in de huisstijl van de faculteitswebsites. Naar het voorbeeld van de Angelsaksische traditie installeerde rector Van Cauwenberge in 2008 de mastertoga. Afstuderende studenten krijgen sindsdien een zwart gewaad en baret in bruikleen voor hun plechtige proclamatie. Een teken van appreciatie dat tevens de identificatie van de nieuwe alumni met hun Alma Mater moet versterken. Het ‘uitvinden’ van tradities en rituelen om de samenhorigheid te versterkten is zeker geen nieuw verschijnsel. De historicus Hobsbawm beschreef het fenomeen van de ‘invented traditions’ voor de tweede helft van de negentiende eeuw en stelt dat de creatie van tradities toeneemt wanneer de maatschappij zo snel verandert dat de gevestigde sociale patronen onder druk komen te staan. Die praktijk wordt in de negentiende eeuw toegepast door de nationale elites die hun bestaansrecht en belang willen onderstrepen binnen de nieuwe natiestaat. Universiteiten zijn de plek bij uitstek voor deze ‘invented traditions’, omdat ze in de negentiende en twintigste eeuw vrijwel permanent evolueren van een elitaire, coherente instelling tot een enorm instituut voor grootschalig onderzoek en massaonderwijs.

Fien Danniau
Vakgroep geschiedenis UGent
29 januari 2015

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Danniau, Fien. "Rituelen van de universiteit." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 29.01.2016. www.ugentmemorie.be/artikel/rituelen-van-de-universiteit.

 

Bilbiografie

Robert Anderson. "Ceremony in Context: The Edinburgh University Tercentenary, 1884." The Scottish Historical Review 87 (2008) 121-145.
André Despretz e.a.,Academia Gandavensis in Nummis. Penningen die betrekking hebben op de Gentse universiteit. Gent: 1997.
Bert Dobbelaere. "Afstuderen in toga." Schamper (online) 18 mei 2008.
Eric Hobsbawm en Terence Ranger. The invention of tradition. Cambridge: 1996.
Walter Rüegg. A History of the university in Europe. III: Universities in the nineteenth and early twentieth centuries (1800-1945). Cambridge, 2004.
Willem Otterspeer. "Over tradities en mores aan de Leidse universiteit en een vergelijking met Utrecht" Utrechtse Historische Cahiers 18 (1997) 33-40.
C.M. Ridderikhof, "Het academisch leven in de Republiek. Een breuk met middeleeuwse tradities?" Utrechtse Historische Cahiers 18 (1997) 9-20.
Bregt Saenen. "Toga en baret. Academische folklore voor gevorderden" Schamper 432 (2005).
K.G. Van Acker "Het wapen van de universiteit van Gent" De Brug 8 (1964,4) 256-262.

Overzicht van de eredoctores van de UGent
Overzicht van de rectoren van de UGent

Deel deze pagina: