'Bibliograaf en chroniqueur' - Paul van Oye (1886-1969)

 

1.

'Ik heb Sarton als student goed gekend. We wandelden dikwijls samen in de omstreken van Gent en hadden lange discussies. We wilden de wereld veranderen en verbeteren zodat ze als een paradijs zou wezen waar alle mensen even gelukkig zouden zijn', herinnert Paul van Oye zijn omgang met Sarton tijdens zijn studententijd. Beide waren lid van de studentenvereniging Reiner Leven en amateur van lange natuurwandelingen, waarin ze vrijelijk hun ideeën deelden. Dat was de tijd van het onbekommerde vooroorlogse studentenleven. Sarton zou tijdens de Eerste Wereldoorlog uitwijken naar de Verenigde Staten, Van Oye trekt naar Nederlands-Indië om na een lange omweg, in 1926, benoemd te worden aan de faculteit Wetenschappen te Gent.

2.

Samen met de chemicus Jan Gillis en de medicus Albert van de Velde behoort de bioloog Van Oye tot het groepje Gentse hoogleraren dat zich vooral vanaf de jaren 1940 toelegt op de geschiedenis van de Wetenschappen. Van de Velde is een veelschrijver, Gillis publiceert voornamelijk over August Kékulé en de negentiende-eeuwse scheikunde, Van Oye richt zich op de ontwikkeling van de plantkunde en schrijft onder meer een belangwekkende studie over de receptie van het darwinisme omstreeks 1900. Alle drie zijn ze lid van de Bestendige Commissie voor de Geschiedenis van de Wetenschappen van de Vlaamse Academie, Van Oye wordt er na 1945 eerst secretaris, later voorzitter van.

3.

Bovenal wordt Van Oye de bibliograaf en chroniqueur van zijn generatie. Hij verzorgt diverse inventariserende bijdragen omtrent het domein van de wetenschapsgeschiedenis; met name zijn Bijdragen der Universiteit Gent tot de Geschiedenis der Wetenschappen (1967) is een merkwaardig document. Meer dan vijftig bladzijden bibliografie moeten bewijzen 'dat het volkomen onjuist is te beweren, dat er te Gent nooit aan geschiedenis der wetenschap werd gedaan'. Van Oye wijst op initiatieven zoals de Jonckheereleerstoel over de 'Geschiedenis van de Geneeskunde', die professor Leo Elaut op dat moment bekleedt, en duikelt een stokoud citaat op over het nut van de wetenschapsgeschiedenis, afkomstig uit de Oratio de utilitate Studii Historiae Scientiarum physicarum (1819) van rector Frans-Peter Cassel uit 1819. 'Gent is zeker de eerste Belgische universiteit waar (...) een rectorale rede met dit onderwerp uitgesproken werd', heet het niet zonder trots.

4.

Van dichtbij is hij ook betrokken bij de oprichting van het Gentse Museum van de Geschiedenis van de Wetenschappen. Vanaf 1961 staat Van Oye aan het hoofd van het museum. Bij de inhuldiging van het gerenoveerde Museum hoort hij rector Bouckaert - in de lijn van Sarton - mooie woorden spreken over de hogere culturele doelstellingen van het wetenschapsmuseum en kan hij met genoegen de krant openslaan. Het blad Vooruit spoort zijn lezers aan het vernieuwde museum te bezoeken:

'Ik kan onze lezers niet genoeg op het hart drukken te gelegener tijd een bezoek aan dit nieuw, of althans verjongd museum te brengen. Het is (...) een unicum in ons land. Bovendien moet het ons een riem onder het hart steken dat zovele wereldberoemde geleerden te Gent geboren werden of in de Arteveldestad hun levenswerk volbrachten. Dit museum zal u bewijzen waarom Gent Universiteitsstad moest worden.'

5.

De belangrijkste uitgave van Van Oye is ongetwijfeld de briefwisseling van Sarton die hij in 1956 publiceerde. Na zijn overlijden, in 1969, laat hij zijn omvangrijke archief na aan de Boekentoren. Het gesloten fonds-Van Oye beslaat 56 dozen en mag pas in 2015 geopend worden. Zal het nog verrassingen bevatten?

Lees het biografisch lemma van Paul van Oye
Lees verder: 'The Poetics of Science' - Fernand Hallyn

Deel deze pagina: