De Backer, Paul (1883-1956)
Paul De Backer, geboren en getogen Gentenaar, studeert geneeskunde aan de universiteit van zijn geboortestad en behaalt zijn artsendiploma in 1906. Na zijn studies vestigt hij zich als huisarts in de provincie Henegouwen, vanaf 1912 samen met zijn echtgenote en dochter. Bij het uitbreken van WO I reist hij naar Gent, waar hij het Belgisch leger zal vervoegen. Gedurende de ganse oorlog houdt Paul De Backer een dagboek bij, een unieke en aparte kijk van een jonge arts op de ellende van het oorlogsgebeuren.
Wanneer het gewone leven hervat, kan Frans De Backer als assistent aan de slag bij de Gentse professor Frans Daels, die hij aan het front ontmoet heeft. Hij legt er zich vooral toe op de gynaecologische cancerologie. In de jaren 1920 specialiseert hij zich verder in de radiologie en radiotherapie in Parijs. Begin 1936 wordt hij docent aan de UGent. Als hij in 1953 op emeritaat gaat heeft hij een volwaardige Kliniek voor Röntgen- en Curietherapie uitgebouwd.
Opgroeien in Gent
Paul de Backer wordt in 1883 in Gent geboren als zoon van Philomene Van Tieghem en Pierre De Backer. Hij heeft een zus, Marie. Vader is koetsier en Paul groeit dus op in een eerder bescheiden middenklasse milieu. Negen jaar brengt hij door aan het Gentse Sint-Barbaracollege waar hij een deel van het lager onderwijs en nadien de klassieke humaniora volgt. In 1900 studeert hij af in de retorica. Nadien trekt hij naar de Gentse universiteit waar hij zich inschrijft aan de faculteit geneeskunde. In 1906 promoveert hij ‘cum laude’ tot doctor in de genees-, heel- en vroedkunde. Tijdens zijn universitaire studies neemt hij dienst als beroepsvrijwilliger in het Belgisch leger als aspirant van de Gezondheidsdienst. In juli 1905 wordt hij benoemd tot ‘auxiliaire’ van de Gezondheidsdienst. Eind 1906 wordt hij met onbepaald verlof gestuurd.
Henegouwen
Zijn dienst als beroepsvrijwilliger telt als ‘verplichte legerdienst’ en Paul De Backer kan na zijn afstuderen en afzwaaien, direct zijn beroep uitoefenen. Hij verhuist naar Henegouwen en start een huisartsenpraktijk in Braffe, later in Péruwelz, waarvan Braffe nu een deelgemeente is. Paul huwt in 1912 met Denise Dutrieux en hetzelfde jaar nog wordt hun oudste kind geboren, een dochter Lucille. Het jonge gezin kent een gelukkig en comfortabel bestaan in Péruwelz tot in de nacht van vrijdag op zaterdag 1 augustus rond middernacht wordt aangebeld. De veldwachter brengt het oproepingsbevel…
De Eerste Wereldoorlog
1 augustus 1914, 9 uur: Paul De Backer neemt als enige militair de trein in het station van Péruwelz. Maar tijdens de reis naar Gent stappen er aan haltes Doornik, Moeskroen, Kortrijk en andere, nog veel militairen op. Bij aankomst in het gloednieuwe Gentse Sint-Pietersstation zijn ze al met vele honderden. Allen zijn ‘vrolijk en zingen’, schrijft Paul in zijn dagboek. Eigenlijk start het dagboek dat hij gedurende quasi de ganse oorlog bijhoudt, pas op 5 oktober 1914, maar aan de hand van de plaatsen waar hij gekantonneerd is en de plaatsen van de gevechten waaraan hij deelneemt, en die hij wel noteert, worden de eerste twee maanden gereconstrueerd. Op 14 maart 1918 stopt het dagboek plots, om een niet meer te achterhalen reden. Niet enkel zijn geschriften leveren een bijzondere historische bijdrage, maar ook zijn grote fotocollectie, waarvan vele foto’s zelf getrokken zijn.
Wanneer Paul De Backer midden oktober 1914 ingezet wordt aan het IJzerfront, wordt hij nog meer dan voordien geconfronteerd met de verschrikkingen van het oorlogsgeweld: de meest afgrijselijke verwondingen, de kou, de honger, de dorst. Daarnaast bericht hij ook over officieren die kost wat kost willen afgekeurd worden voor frontdienst, het bordeel in het instructiekamp, syfilis bij de militairen en de onmenselijke behandeling van de soldaten, vaak deserteurs, die in de rehabilitatiecompagnie zitten, waar Frans begin 1917 als arts wordt aangesteld. Op 11 november 1918 zwijgen de wapens en komt er een einde aan de Grote Oorlog. Paul kan terug naar huis. Hij mag acht frontstrepen dragen en ontvangt talrijke onderscheidingen als oud-strijder.
Terug naar Gent
Op 2 augustus 1914, de dag na zijn afreizen naar Gent ontmoet Paul De Backer, dokter Daels, wanneer ze zich aanmelden in de technische school aan de Lindelei, waar ze instructies krijgen in het kader van de nakende vijandelijkheden. Ze brengen de namiddag samen door en bieden zich ’s avonds aan in de Leopoldskazerne. In de loop van de oorlog zal hij vaker tijd doorbrengen met Frans Daels. Daels is in 1911, op zeer jonge leeftijd, docent benoemd aan de Gentse universiteit en komt aan het hoofd van de Gynaecologische en Verloskundige Kliniek. Aan het front verdedigt hij de rechten van de Vlaamse soldaten en is na de oorlog een groot pleitbezorger voor de Vlaamse zaak. Dat hij Paul De Backer na de oorlog vraagt om assistent bij hem te worden, hoeft dus niet te verbazen. De Backer gaat erop in, temeer omdat zijn huisartsenpraktijk in Péruwelz opnieuw dient heropgebouwd te worden. 1919. Het gezin verhuist naar Gent, Paul begint te werken voor de universiteit en hun zoon Jean, die later ook arts zal worden, wordt geboren.
Bij professor Daels kan Paul zich toeleggen op de radiotherapeutische en radiologische aspecten van de gynaecologische pathologie en meer in het bijzonder op radiumtherapie bij gynaecologische kankers. In 1926 wordt, een weliswaar bescheiden ‘Kankercentrum’ opgericht, onder de bezielende leiding van professor Jules De Nobele, in de voormalige woning van de huisbewaarder aan de Pasteurlaan. Het is een multidisciplinair centrum avant la lettre, waar De Nobele veel tijd besteedt aan de röntgen en curietherapie. Een deel van het navorsingwerk blijft uitgevoerd worden in de gynaecologische kliniek, maar ook professor Daniel Van Duyse, anatoom patholoog en oogheelkundige experimenteert met RX en radiotherapie binnen zijn disciplines. Paul De Backer heeft zich intussen (1920) bijgeschoold bij de wereldberoemde professor Antoine Béclère, in het Hôpital Saint-Antoine in Parijs. Voor zijn werk in die kliniek ontvangt hij de Prix Berraute van de Franse Académie de Médicine. Béclère geldt als de absolute pionier van de medische radiologie en therapie. In 1923 stopt het assistentschap bij Daels, en De Backer brengt de in Gent en Parijs opgedane kennis in praktijk in een private kliniek.
Professor aan de UGent
In 1927 verwerft Paul De Backer de speciale wetenschappelijke graad van doctor in de radiologische wetenschappen; het jaar nadien krijgt hij de titel van geaggregeerde van het Hoger Onderwijs. Bij het emeritaat in de zomer van 1935 van professor Jules De Nobele, directeur-diensthoofd van de Kliniek voor Fysiotherapie en Orthopedie en bestuurder van het Kankercentrum (afdeling Röntgen en Curietherapie), worden zijn functies en opdrachten verdeeld. Paul De Backer wordt in januari 1936 aangesteld als docent voor de cursus ‘radio-radiumtherapie’, vanaf dan een verplicht vak, en is verbonden aan de Kliniek voor Fysiotherapie en Orthopedie. Hetzelfde jaar wordt hij directeur-diensthoofd van het Instituut voor Radiographie, wat in 1938 het Instituut voor Röntgen en Curietherapie wordt, vandaag de dienst Radiotherapie-oncologie. Zolang er geen nieuw universitair ziekenhuis is, moet de Faculteit Geneeskunde zich behelpen met de intussen verouderde Klinieken en Instituten en de ziekenhuisinfrastuctuur van De Bijloke die, evenals de patiënten, moet gedeeld worden met het Burgerlijk Hospitaal. Binnen die moeilijke context is het de ambitie van Paul De Backer om een volwaardige polikliniek en kliniek uit te bouwen, zoals hij die kent uit het buitenland. Het is vaak vechten tegen de bierkaai. Het duurt tot 1950 vooraleer, dankzij een legaat, een meer geschikte en een voor die tijd ‘moderne’ zaal voor 12 radiotherapiepatiënten kan in dienst genomen worden. Voordien liggen de patiënten verspreid in verschillende zalen van het ziekenhuis. Dankzij het onvermoeibare werk van Paul De Backer, die inmiddels sinds 1947 gewoon hoogleraar benoemd is, wordt in 1951 een aanbouw aan het Bijlokeziekenhuis gerealiseerd waarin de nieuwe polikliniek gehuisvest wordt. Ondanks alle hindernissen slaagt professor De Backer er in de noodzakelijke moderne apparatuur aan te schaffen en een belangrijke stijging van het aantal patiënten te bewerkstelligen. In 1953 wordt hij tot het emeritaat toegelaten. Hij overlijdt in Gent in 1956 en wordt bijgezet in het graf van zijn ouders, waar in 1970 ook zijn weduwe zal begraven worden.
Een gedreven wetenschapper
Zijn wetenschappelijk werk behelst quasi het volledige domein van de radiologie, zowel de radiodiagnose als de röntgentherapie. Hij publiceert bijdragen over de radiologie van het spijsverteringsstelsel bij zuigelingen, het RX-onderzoek van de maag, de nieren en de galblaas. In de röntgentherapie legt hij zich vooral toe op de behandeling van gynaecologische aandoeningen, de dosimetrie, de medische fysica en de röntgencontacttherapie die hij in België invoert.
Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
28 augustus 2026
Hoe verwijs je naar dit artikel?
Cotman, Frank. "De Backer, Paul (1883-1956)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 1.09.2026. https://www.ugentmemorie.be/personen/de-backer-paul-1883-1956
BIBLIOGRAFIE
Arts in de Grote Oorlog. Het oorlogsdagboek van dokter Paul De Backer, vertaald uit het Frans en becommentarieerd door Roger Lampaert, De Klaproos, Brugge, 2009.
De Schaepdryver, André (red.), Liber Memorialis 1930-1980, Fakulteit der Geneeskunde Rijksuniversiteit te Gent, Alumni Fonds Medische Fakulteit Gent, Gent, 1980, pp.282-297.
Gedenkboek van de Rijksuniversiteit te Gent na een kwarteeuw vervlaamsing (1930-31 - 1955-56), Rijksuniversiteit Voldersstraat Gent, Gent, 1957, pp. 304-306.
Deneckere, Gita, Uit de ivoren toren. 200 jaar universiteit Gent, Tijdsbeeld, Gent, 2017, pp. 35-37.
Mussen, Maurice. Libellus Memorialis. De geschiedenis van de Kliniek voor Fysiotherapie en Orthopedie, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen UGent, 2007, pp. 7-10.