Citadelpark

De Plantentuin aan de Ledeganck ligt vlak naast het Citadelpark. De nabijheid van het grote stadspark is waarschijnlijk een van de redenen waarom er in de tuin zelf maar weinig wandelaars te bekennen zijn. Tuin en park zijn daarenboven gescheiden door de drukke Fernand Scribedreef en de originele omheining van de Plantentuin zorgt voor een extra fysieke barrière. De afstand tussen beide is precies wat de oprichters van de Plantentuin voor ogen hadden. Het verval van de oude Kruidtuin aan Baudeloo indachtig, mocht de nieuwe wetenschappelijke tuin niet gehinderd worden door flanerende Gentenaars. Hoewel het aanvankelijk dus juist de bedoeling was om wandelaars buiten te houden, doet de universiteit vandaag veel inspanningen om het publiek de weg naar de tuin te wijzen.

De Citadel

De heuvel ten zuiden van de stad is lange tijd de beste plek om het onvoorspelbare Frankrijk in de gaten te houden. De Habsburgers bouwen er al vroeg het Montereyfort (1671-1781) en ook de Nederlandse koning Willem I ziet het strategisch belang van de heuvel in. Hij laat Gey van Pittius in 1820 een nieuwe vijfhoekige citadel ontwerpen als een van de twintig bolwerken van de verdedigingslinie van de Nederlanden. De bouwwerken duren bijna tien jaar en het resultaat is een meesterwerk van de militaire bouwkunde. De Citadel neemt een gigantisch terrein van 26 hectare in beslag, waarvan de eigenlijke kazerne 4,5 hectare voor zijn rekening nam. Rondom de citadel geldt een strikt bouwverbod om het zicht van de verdedigers niet te belemmeren. Wanneer de citadel in 1830 voltooid is, kan ze Willem I helaas niet verdedigen tegen de interne verdeeldheid in zijn land: de Zuidelijke Nederlanden scheuren zich af van de Noordelijke en Gent blijft achter met een militair bastion dat nooit gebruikt zal worden.

Stadsplanning

Ondertussen barst de textielstad uit haar voegen en snakken bewoners en ondernemingen naar ademruimte. Wanneer de octrooibelasting wordt afgeschaft in 1860 kan de stad eindelijk het omliggende platteland inpalmen voor arbeiderswoningen, werkmanshuizen en residentiële wijken. De oude stadsomwalling wordt volgens de inzichten van tuinarchitect en hortulanus Van Hulle vervangen door een ringboulevard, de huidige kleine stadsring, met bomen en rijstroken voor rijtuigen, ruiters en wandelaars. Wanneer de stad in 1870 de terreinen van de Citadel, ideaal gelegen tussen Heuvelpoort en Kortrijksepoort, kan kopen van het Gouvernement, creëert dat mogelijkheden voor een groot urbanisatieproject. De terreinen tussen de Kortrijksesteenweg en de latere Leopold II-laan worden verkocht en hoewel men even overweegt om op de top van de heuvel het nieuwe Instituut van de Wetenschappen voor de universiteit te bouwen, beslist het stadsbestuur uiteindelijk om er een stadspark aan te leggen. De eigenlijke legerkazerne zal behouden blijven tot 1908, dan verhuist het leger naar de Leopoldskazerne tegenover het park.

Stadspark

Geluids-, geur- en rookhinder van de industrie geven de negentiende-eeuwse steden een grauwe indruk. In deze vervuilde steden ontstaat de behoefte aan rust en natuur, vooral bij de nieuwe groep rijke burgers die hun vrije tijd liever in zuivere open lucht besteden. In het Gentse stadscentrum kan de vervallen en vervuilde Kruidtuin van de universiteit niet langer dienst doen als wandelplek. In 1871 tekent Van Hulle de plannen van het nieuwe stadspark op de terreinen van de Citadel. Hij concipeert een Engelse landschapstuin: een romantisch park met afwisselend grasperken en bomengroepen zonder symmetrie of strakke lijnen. De aanleg van het park met standbeelden, kiosk, speelplein en vijver neemt een tiental jaar in beslag en gebeurt naarmate de ontmanteling van de bastions vordert en er geld beschikbaar is. De niveauverschillen en kazematten eigen aan de militaire vesting worden geïntegreerd in het ontwerp. Vandaag herinneren enkel de monumentale ingangspoort rechts van het S.M.A.K. en enkele bewaarde delen van de kazematten aan de oude vesting.

Stadstuin

Van Hulle is niet alleen tuinarchitect maar ook de hortulanus van de noodlijdende Plantentuin van de universiteit. Op zijn eerste plannen van het stadspark heeft Van Hulle het midden voorbehouden voor de nieuwe Kruidtuin. Maar stad, universiteit en staat zijn het op dat moment nog niet eens over de toekomst van de Plantentuin. Pas in 1897 valt de beslissing om die aan de rand van het Citadelpark aan te leggen: gedeeltelijk op het terrein van de citadel en gedeeltelijk op privé-eigendom. Hoewel de Plantentuin met slechts drie hectare kleiner is dan de oude Baudelootuin, is de universiteit er toch tevreden mee. Aangezien de Gentenaars vlakbij over een stadspark beschikken, kan de nieuwe Plantentuin met het Botanisch Instituut zich volledig concentreren op zijn wetenschappelijke en didactische doelstellingen. De band tussen beide wordt ook niet volledig doorgeknipt: de hortulanus mag stekken nemen van alle bomen en heersters in het stadspark en zelfs suggesties doen voor de aanplanting van bomen waar in de Plantentuin geen plaats voor is. In ruil mag de stad gebruikmaken van de oranjerie van de Plantentuin om haar sierplanten te laten overwinteren.

Rusteloze twintigste eeuw

Het stadspark is minder rust gegund dan de Plantentuin. Nauwelijks tien jaar na de aanleg beginnen de voorbereidingen van de Gentse wereldtentoonstelling in 1913. De expoterreinen strekken zich uit over een oppervlakte van 125 hectare, waaronder ook het Citadelpark. Het park wordt heraangelegd en krijgt een gigantisch feestpaleis voor de Gentse Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde met een koude en een warme serre, het huidige Floraliënpaleis, en het Kuipke. Het stadspark heeft vlak daarna zwaar te lijden onder de Eerste Wereldoorlog. Bomen en struiken worden als potentieel camouflagemateriaal preventief gerooid, Gentenaars transformeren het park tot aardappelveld, de Duitsers brengen hun krijgsgevangen en paarden onder in de gebouwen en richten er een revalidatiecentrum in. Naar aanleiding van het eeuwfeest van België in 1930 wordt het park opnieuw aangelegd met deze keer een neoclassicistische toets. Het patroon zal grotendeels behouden blijven als het stadspark na de Tweede Wereldoorlog voor de vierde keer wordt beplant. Het volledige park is sinds 1984 beschermd als landschap.
Niet alleen de planten en paden, maar ook de gebouwen in het Citadelpark ondergaan verschillende metamorfoses. De Floraliën wijken uit naar Flanders Expo maar het S.M.A.K., het Kuipke en het MSK maken van het Citadelpark een belangrijke ontspanningspool van Gent. Ook voor studenten is het Citadelpark de ideale spel- en picknickplaats hoewel de meesten het park waarschijnlijk in de eerste plaats associëren met de university legends over een uit de hand gelopen doop en een boom...

Fien Danniau
Vakgroep geschiedenis
16 augustus 2010

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Danniau, Fien. "Citadelpark." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 16/08/2010. www.ugentmemorie.be/artikel/citadelpark.

Bibliografie

Dirk Antrop, André Capiteyn en Johan Decavele (red.), De groene stad, Zwolle, 2005, (Gent van toen en nu: ons erfgoed, 7).

Sebastien Cools, Ruimtelijke ontwikkelingsperspectieven voor de site Citadelpark, Gent, 2003, (onuitg. licentiaatverhandeling).

René De Herdt, ‘Van Kruidtuin tot Universitaire Plantentuin: historische sleutelmomenten’, in: Ronald Viaene (red.), 200 jaar Plantentuin Gent, Gent, 2000, pp. 15-47.

René De Herdt, ‘De Gentse Floraliën. Parel van de sierteelt’, in: René De Herdt en Patricia De Corte, Fine Fleur: Gentse Floraliën en bloemsierkunst, Tielt, 2005, pp. 48-89.

René De Herdt, Ronald Viane en Lucien Debersaques, ‘Sierteelt in Vlaanderen’, in: Gentse floraliën (1808-2008). Volume 1: History in Flowers, Tielt, 2008, pp. 147-310.

Aletta Rambaut, ‘Periode 1795-1860’, in: Johan Dambruyne e.a., Een stad in opbouw. 2 : Gent van 1540 tot de wereldtentoonstelling van 1913, Tielt, 1992, pp. 171-225.

Michel Thiéry, Bij de 150e verjaring van de Plantentuin der Universiteit van Gent (1797-1947), Gent, 1947.

Johan Vandenhoute, Beatrix Baillieul en Geert Van Doorne, Gent, groen van nu en toen : historische tuinen van de Middeleeuwen tot nu, Gent, 1982.

Geert Van Doorne and Hans Devisscher, Gent schoon geprent : impressies van een stad doorheen de geschiedenis, Gent, 1995.

Deel deze pagina: